NL EN

Visie op: robotisering "Dit gaat zo'n impact hebben"

Pas op: het moet géén verhaal worden dat de mensen de stuipen op het lijf jaagt, waarschuwt Arno van de Ven aan het begin van het interview. Want dat robots al onze banen gaan overnemen, daar gelooft de oprichter van Vetipak totaal niet in. Maar dat robotisering van grote invloed op de verpakkingswereld en de supply chain zal zijn, dat staat voor hem als een paal boven water. Te beginnen bij Vetipak.

 

 

Het is halverwege het gesprek als de verder nuchtere Arno een grote glimlach op zijn gezicht krijgt. Voor de zoveelste keer die ochtend haalt hij zijn smartphone tevoorschijn en scrolt langs de tientallen filmpjes.

 

“Ik ben dyslectisch hè, ik doe alles met video”, grijnst hij. Dan, wijzend: “Kijk, dit is wat er nu aan het gebeuren is. Dit gaat zó’n impact hebben…”

 

‘Het kan wél’

Als de interviewer hem wat glazig aankijkt, legt Arno uit wat we zien: twee robotarmen die samenwerken. Dat kón nog helemaal niet, had een groepje wetenschappers hem na een dag brainstormen bij TU Delft verteld. Maar aan het einde van de sessie was de rustigste van het gezelschap op hem afgestapt. ‘Arno, ik heb eens zitten denken… maar volgens mij kan het wel.’

 

“Dat zijn de mooiste momenten”, aldus Arno. “Dat iedereen denkt dat iets niet kan, en er eentje opstaat en zegt: ‘Het kan wel’. Dus zijn we ermee aan de slag gegaan.”

 

 

“Zoals we onze maatschappij

nu hebben ingericht…

dat houden we niet lang meer vol”

 

Arno van de Ven, CEO Vetipak

 

Twintig robots

Het is duidelijk: Arno van de Ven heeft een ongelooflijke passie voor robots. Zo’n zes jaar geleden wist hij zijn medeaandeelhouders te overtuigen: Vetipak schafte zijn eerste robot aan. Een hele simpele, die doosjes oppakte en weglegde. “In tweeëneenhalf jaar hadden we hem terugverdiend.”

 

Sindsdien schafte Vetipak er elk jaar wel enkele aan, waardoor het totale aantal nu een kleine twintig bedraagt. Maar daarmee zijn we er nog niet, volgens de rasondernemer: “Dit is de eerste stap van een superinteressant proces. En dat moet ook wel, want zoals we onze maatschappij nu hebben ingericht… dat houden we niet lang meer vol.”

 

Massaproductie moet anders

Hoe ziet de wereld er dan over pakweg twintig jaar uit, wil de interviewer weten. In zijn hoofd doemen beelden op van een verpakkingsfabriek waar robots al het werk doen en mensen alleen nog robots aansturen. Maar wat heeft dat te maken met een wereld die zichzelf aan het uitputten is?

 

“Om met dat laatste te beginnen: daar moeten we vanaf”, aldus Arno desgevraagd. “We zijn het er volgens mij allemaal over eens dat de manier waarop we nu met massaproductie omgaan, niet de juiste is. Al die transportbewegingen, al dat energieverbruik… Als je bedenkt welke weg de verschillende onderdelen van een eindproduct wereldwijd afleggen… dat is eigenlijk te gek voor woorden, als je er echt bij stilstaat. Het kán dus niet anders dan dat we de productie over tien, twintig jaar veel dichter bij de consument organiseren.”

 

Hoe precies? “Dat weet ik natuurlijk ook niet precies”, stelt de nuchtere kant van de ondernemer. Maar na enig aandringen wil hij best een scenario schetsen.

 

 

“Wie in de supply chain zit

het dichtst bij de consument?

Juist: de supermarkt!”

 

 

De supermarkt als verpakker

“Wie in de supply chain zit het dichtst bij de consument? Juist: de supermarkt. Het zou daarom zomaar kunnen dat het verpakkingsproces voor een deel daar gaat plaatsvinden. Ik zie het wel voor me: grote supermarkten aan de rand van de stad, waar de producenten hun goederen in bulk afleveren. Waarna de supermarkt de producten op maat aanbiedt: spuiten, mixen, verpakken... Misschien wel op individueel niveau.”

 

En misschien verandert de supply chain wel nog sterker. “Waarom geen communities die dit samen oppakken? Mensen die bij elkaar in de buurt wonen bijvoorbeeld. Een beetje zoals de moestuintjes, maar dan hightech. Tel uit je winst: minder logistieke bewegingen, minder energieverbruik, kleinere batches, maatwerk voor de eindgebruiker, minder waste…”

 

Voorsorteren

Op papier lijkt het logisch, zo’n ontwikkeling, maar hoe speel je daar als ‘gewone verpakker’ op in, wil de interviewer weten. Wederom kan Arno een brede lach niet onderdrukken. “Nou, een gewone verpakker zijn we al lang niet meer”, stelt hij zonder borstklopperij vast. “Niet voor niets zijn we al volop met dit soort ontwikkelingen bezig.”

 

En dan krijgt het gesprek een versnelling. In hoog tempo vertelt Arno over de vele werkzaamheden die ‘zijn’ robots inmiddels uit kunnen voeren, over de ontwikkelingen waaraan Vetipak verder werkt, over zijn zoon Nick die met Team Rembrandts wereldkampioen robotica is geworden, over de reden waarom robots beter zijn dan cobots (“Veiligheid!”), over vision, over kunstmatige intelligentie…

 

Ontwikkelaar van robots

En opeens lijkt het niet eens zo vreemd meer dat Vetipak er over pakweg twintig jaar heel anders uitziet. “Misschien verpakken we straks wel op een andere plek in de supply chain: bij die supermarkt of die community bijvoorbeeld. Waarbij we leverancier van de technologie en de dienstverlening daaromheen zijn”, aldus Arno. “Dat klinkt heel vreemd als ik dat nu zo zeg, maar het is wel een van de scenario’s waar we rekening mee moeten houden.”

 

“Maar nogmaals”, benadrukt hij, “dat is geen angstscenario. Want dat gaat stap voor stap, op een tempo dat past bij de markt. Maar iedereen die met Vetipak werkt, zal wel merken dat we vooropgaan in die ontwikkelingen. En dat wij versnellen als we daarmee de markt van dienst zijn.”

 

 

 

"Iedereen die met Vetipak werkt, zal merken

dat we vooropgaan in die ontwikkelingen"

 

Geen doel op zich

Voorlopig mikt Arno met robotisering vooral op het optimaliseren van de huidige productieprocessen. Dit jaar komt daarvoor een nieuwe generaties robots naar Vetipak. “Daarmee kunnen we veel lagere instapkosten hanteren voor veel kleinere runs”, aldus Arno. En op termijn? “Een hal vol samenwerkende robots sluit ik – op de lange termijn – zeker niet uit.”

 

Maar wat moet dat wel niet kosten? “Ook daar denken we over na”, antwoordt hij resoluut. “Waar ik naartoe wil, is een basisrobot waar we allerlei functionaliteiten aan kunnen ‘hangen’. Deze ene keer is zo’n robot dan aan het vullen, de andere keer aan het verpakken. Als we er daar straks nou een aantal van hebben, dan houden we de investeringen beperkt en zijn we natuurlijk enorm flexibel.”

 

Maar… robotisering is geen doel op zich, stelt Arno aan het einde van het gesprek. “Het doel is dat we onze klanten zo goed mogelijk van dienst zijn: kwalitatief en kwantitatief. Verwacht daarom op korte termijn nog geen wereldschokkende veranderingen. Maar als de tijd er straks rijp voor is, zijn wij dat ook!”